DEDEMSVAART – Al jarenlang zorgt een geschil over drie leegstaande, onvergunde woonstudio’s in Dedemsvaart voor hoofdbrekens bij zowel de eigenaar van het pand als omwonenden. Beide partijen beroepen zich op toezeggingen van de gemeente Hardenberg, terwijl de rechter zich kritisch uitlaat over de gang van zaken. Dit blijkt uit berichtgeving van De Stentor.
De betreffende woonstudio’s bevinden zich op een bovenverdieping boven een kipwinkel en een Poolse supermarkt aan de Langewijk. De verdieping werd in 2000 verbouwd door de toenmalige bewoners. Destijds schrapte de gemeente de woonbestemming, in ruil voor de mogelijkheid om achter op het perceel een nieuw huis te bouwen.
Sinds 2018 is de huidige eigenaar van het gebouw verwikkeld in een poging de studio’s te legaliseren. Deze zijn illegaal gebouwd en staan, op een korte verhuurperiode na, al jaren leeg. Hoewel de eigenaar in 2022 bij de Raad van State betoogde dat er sprake was van woningnood en hij van rechtswege een vergunning zou moeten krijgen, omdat de gemeente de beslistermijn had laten verlopen, kreeg hij destijds geen gelijk.
De gemeente Hardenberg gaf in 2020 aanvankelijk in principe groen licht voor een vergunning, maar trok deze toezegging later in na bezwaren van omwonenden. Zij vrezen overlast en verlies van privacy door een combinatie van winkels en woningen in hetzelfde pand en kregen mondelinge toezeggingen dat de vergunning er niet zou komen. De bestuursrechter heeft zijn vraagtekens gezet bij het feit dat de gemeente toezeggingen heeft gedaan aan twee partijen met tegengestelde belangen.
Tijdens een recente zitting uitte de rechter kritiek op het gebrek aan communicatie vanuit de gemeente naar de eigenaar toe, ondanks herhaalde verzoeken om contact. Hoewel de gemeente aangaf open te staan voor legalisering van de woningen als de detailhandel op de begane grond zou verdwijnen, bleek dit geen optie voor de eigenaar. De rechter benadrukte het belang van goede communicatie om procedures te voorkomen.
Naar aanleiding van de kritische houding van de rechter zijn de partijen, de eigenaar, de omwonenden en de gemeente, overeengekomen om met elkaar in gesprek te gaan om tot een oplossing te komen. Een volgende zitting is, vanwege vakantieplanningen, pas in september gepland. De rechter sprak de hoop uit dat een minnelijke schikking dan niet meer nodig zal zijn.


